Een nieuw ontdekt, bijna compleet 90 miljoen jaar oud dinosaurusskelet uit Patagonië, Argentinië, dwingt wetenschappers om de evolutionaire geschiedenis van een vreemde groep theropoden genaamd alvarezsauroids te heroverwegen. De vondst, naast heronderzoek van oudere exemplaren, suggereert dat deze dinosaurussen zich over de hele wereld verspreidden voordat de continenten volledig van elkaar gescheiden waren, wat eerdere theorieën over hun oorsprong in twijfel trekt.
Een mysterieuze afstamming onthuld
Alvarezsauroids staan bekend om hun vreemde kenmerken: kleine tanden, stompe armen en een enkele, vergrote klauw aan elke hand. Paleontologen hebben zich lange tijd verbaasd over hun evolutie, vooral gezien hun gespecialiseerde aanpassingen. Het nieuwste onderzoek, gepubliceerd in Nature, biedt kritische nieuwe inzichten. Het Argentijnse fossiel, behorend tot de soort Alnashetri cerropoliciensis, is uitzonderlijk goed bewaard gebleven, waardoor onderzoekers konden bevestigen dat het een volwassen dier was dat minder dan 2 pond woog – waardoor het een van de kleinste dinosaurussen is die tot nu toe in Zuid-Amerika zijn ontdekt.
Belangrijkste bevindingen en evolutionaire tijdlijn
Het Alnashetri -exemplaar is belangrijk omdat het langere armen en grotere tanden bezat dan zijn latere familieleden. Dit geeft aan dat de miniaturisatie en de ontwikkeling van gespecialiseerde graafklauwen na de initiële evolutie van de groep kwamen, en niet ervoor.
Het onderzoeksteam heeft ook eerder verzamelde alvarezsauroid-fossielen uit Noord-Amerika en Europa opnieuw geanalyseerd, wat bevestigt dat deze dinosauriërs veel eerder zijn ontstaan dan eerder werd gedacht. Hun verspreiding over continenten dateert van vóór het volledige uiteenvallen van Pangaea, het oude supercontinent. Dit betekent dat alvarezsauroids niet over de oceanen trokken, zoals sommige theorieën suggereerden; hun verspreiding vond plaats terwijl de landmassa’s nog met elkaar verbonden waren.
De opkomst van de miereneters
Er wordt nu aangenomen dat Alvarezsauroids gespecialiseerde feeders waren. Hun aanpassingen – kleine tanden, klauwende handen – zijn waarschijnlijk geëvolueerd om mierenkolonies te exploiteren. Deze voedingsspecialisatie zou kunnen verklaren waarom ze in de loop van de tijd kleiner werden, omdat kleinere lichamen gemakkelijker toegang konden krijgen tot deze voedselbronnen. Het onderzoek benadrukt hoe de druk van het milieu en nichespecialisatie de evolutie van deze ongewone dinosaurussen hebben gevormd.
De ontdekking onderstreept het belang van complete fossiele exemplaren bij het oplossen van evolutionaire mysteries. Het laat ook zien hoe het opnieuw onderzoeken van oude gegevens nieuwe inzichten kan opleveren in combinatie met nieuw bewijsmateriaal.
De bevindingen bieden een duidelijker beeld van de evolutie van alvarezsauroiden, en laten zien dat ze een succesvolle en wijdverspreide groep waren die zich aanpaste aan unieke voedingsstrategieën lang voordat hun definitieve, gespecialiseerde vormen verschenen.




















